Zo ging dat jaar in jaar uit. Altijd leverde de waterdrager maar anderhalve emmer water af. Natuurlijk was de goede emmer bijzonder trots: hij voldeed prima aan het doel waarvoor hij gemaakt was. De kapotte emmer schaamde zich om zijn gebrek. Hij voelde zich echt een mislukkeling: hij presteerde maar de helft van wat er van hem verwacht mocht worden.
Uiteindelijk zei hij tegen de waterdrager: "Ik wil me bij u verontschuldigen. Door die barst verlies ik continu water. Ik lever maar de helft op van wat zou moeten. En u moet door mijn falen extra hard werken, maar krijgt niet het volle loon voor uw inspanning.”
De waterdrager antwoordde: "Zo meteen op de terugweg: kijk dan eens goed aan de kant van de weg". En inderdaad: de gebarsten emmer zag allemaal prachtige bloemen langs de kant van de weg. Hij voelde zich even beter. Maar aan het eind van de reis had hij weer maar de helft van zijn water over. Hij voelde zich meteen weer diep ongelukkig.
Maar de waterdrager zei: "Heb je niet gezien dat er alleen maar bloemen groeien langs jouw kant van de weg? Niet langs de kant van de andere emmer! Dat komt omdat ik altijd al wist dat je een beetje lekte. Daar heb ik mijn voordeel mee gedaan: ik heb bloemzaadjes geplant aan jouw kant van de weg. En elke keer dat we terugkwamen van de rivier heb jij ze water gegeven! Zo heb ik al jaren prachtige bloemen kunnen plukken om de tafel van mijn meester mee te versieren. Dankzij jou ziet zijn huis er steeds prachtig uit!"
Maak je nooit zorgen om je zwakke punten als kind van God. Breng ze bij God. En doe verder wat je moet doen. God zal ook jou gebruiken voor zijn mooie plan. Hij zorgt er voor dat je toch de volle vruchten oplevert!
Tjerk van Dijk (bewerkt van: www.ontmoeting.be)





