De Here Jezus nodigt ons uit om te bidden: vraag, zoek, klop. Hij doet dat, omdat Hij weet dat God op je wacht. Achter de deur waarop je klopt staat een wachtende Vader. Hij stelt prijs op ons gebed.In het Oude Testament wordt dat al duidelijk. Bv. in de voorschriften voor het reukofferaltaar (Exodus 30:1-10). Daarin wordt duidelijk, dat God het reukwerk van het gebed met regelmaat naar Zich toe wil laten komen. Het altaar moet op de woestijnreis meegedragen worden. Nooit en nergens wil God het zuivere reukwerk van de gebeden zien ontbreken. En elke morgen, als de priester de lampen in het heilige klaarmaakt, zal ook het reukwerk in rook opgaan. ’s Avonds idem dito.
God wil elke dag aangeroepen worden. Hij wil in alles door ons gekend worden. Daar is Hij nu onze Vader voor. Hij vindt dat heerlijk. Ons gebed is voor Hem reukwerk: het is een heerlijke geur die opstijgt naar de hemel. God hoort het zo graag als we tot Hem roepen.
Bidden, kan ik dat? Zeker, want Vader wacht allang. Je hoeft alleen maar te komen.
H.J. Messelink






